Ouderen moeten langer zelfstandig blijven wonen. Dat hebben
we zo afgesproken met elkaar. Hoe pakken we dat aan? Is het antwoord: allemaal
blijven zitten waar je zit en de mevrouw van de thuiszorg komt eens per week
stofzuigen? Of kunnen we nog iets anders bedenken?
In 2014 bedacht de
overheid dat ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Veel
bejaardenhuizen sloten toen de poorten. Duizenden oude mensen moesten ineens gaan
verkassen, ook al woonden ze al 20 jaar op dezelfde plek. Oude vriendinnen
werden elk naar een ander stadsdeel afgevoerd.
Deuren dicht
De eisen voor toelating tot
een 'woonzorgcentrum' werden drastisch opgevoerd. Ook als je behoorlijk
dementeert en jezelf niet meer kunt aankleden, kom je er nu niet meer in.
Tegelijkertijd werd gekort op de budgetten voor de dagopvang van bejaarde
burgers. Mensen die thuis woorden maar overdag werden opgevangen, stonden
ineens helemaal alleen. Moederziel achter de geraniums. Of dood, want in de
tweede helft van 2014 stierven ze bij bosjes.
Mijn vader heeft dat
niet meer meegemaakt. Hij was in april 2014 overleden op 93-jarige leeftijd.
Hij zou daar ook niks van hebben gemerkt, want hij was flink dement. En hij had
mazzel: zijn pensioen was net ruim genoeg voor een relatief luxe opvang. In
zorgboerderij 'Boven Paede' is hij met zorg, deskundigheid en heel veel liefde
omringd, tot voor hem de laatste gong sloeg. Deze zorgboerderij draait op een
kern van doorgewinterde professionals en een grote groep vrijwilligers uit het
dorp. Toen pa daar nog woonde, waren wij ons er allemaal van bewust hoe goed
hij het had getroffen. De sfeer is er huiselijk, de verzorgers hartelijk.
Iedereen heeft er alle tijd en er is veel ruimte voor persoonlijke accenten. Bovendien
knapte pa daar op, omdat er veel aandacht was voor activering. En activering is
cruciaal voor mensen met dementie. Dus spelen de bewoners spelletjes, maken
wandelingen in de tuin en de omgeving, werken in de kas, praten met de dieren
en maken ritjes op de duofiets. De feestdagen worden uitbundig gevierd, waarbij
de familie nadrukkelijk is betrokken. Zo harmonisch wil iedereen wel uit-faseren.
Helaas is zo'n opvang
maar voor weinigen weggelegd. Ik zou het zelf ook niet kunnen betalen van mijn
AOW plus een aanvullend pensioentje. De meesten van ons komen ergens anders
terecht. Maar waar?
Een van de grootste
problemen onder ouderen is eenzaamheid. Nu is daar van alles aan te doen. Dat
heeft onder andere het programma 'Nooit Meer Alleen' laten zien. Je kunt er op
uit, aansluiting zoeken bij buurtgenoten, gezamenlijk activiteiten ontwikkelen.
Ook de manier waarop we wonen is een ingang om iets te doen aan eenzaamheid.
Als hun partner wegvalt, blijven veel ouderen alleen achter in een (te) grote
woning. Is dat een huurhuis, dan wordt verhuizen naar een kleinere woning
kostbaar. Je bent dan als huurder je voordelige huur kwijt. Dat brengen veel
mensen niet op. Woningbouwverenigingen studeren nu op manieren om huurders hun
voordeel te laten meenemen als ze een grotere woning verruilen voor een
kleinere. Dat zou mooi zijn, vooral als die woning goed bereikbaar is als je
straks wat strammer wordt of een rollator nodig hebt. Het is ook een goed idee,
omdat wij zo plaatsmaken voor huishoudens die wel wat meer ruimte kunnen
gebruiken.
Samenwonen met z'n allen
Maar dan zit je daar
nog steeds alleen, in je kleinere woning op de begane grond of met een lift.
Veel van mijn leeftijdgenoten studeren al jarenlang op oplossingen voor
collectief wonen. Ze zouden het liefst met een groepje mensen een groot pand
kopen of huren. Een vriend van me heeft het over een 'zorgkasteeltje'. Daarin
krijgt iedere bewoner of stel dan een eigen unit, maar we delen een woonkamer,
de tuin, de krant en/of enkele andere voorzieningen zoals een wasmachine en een
droger. En we kopen gezamenlijk zorg in als die nodig is.
De modellen voor
woongemeenschappen zijn voorhanden; er is behoorlijk wat ervaring mee opgedaan
sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Het blijkt alleen erg lastig om
geschikte panden te vinden. En er dreigt heel veel vergaderd te moeten worden
over de vraag: wat doen we samen en wat regelt iedereen afzonderlijk? Er
bestaan wel Centraal Wonen groepen, maar die zijn niet speciaal gericht op ouderen. Ik
kan me voorstellen, dat een woongroep gebaat is bij een gezamenlijke
doelstelling. Liefst iets dat de eigen behoefte overstijgt, maar wel aansluit
bij de samenstelling van de groep. Samen een meditatiecentrum runnen
bijvoorbeeld, of een vrijwilligerscentrale. Of een grand café met klassieke
muziek. Een openbare leeszaal met een koffiehoek. Of een combinatie van al die
dingen: een meergeneratiehuis.
"En als ik straks zorg nodig heb?"
Bij ouderen speelt
nog een belangrijke vraag: hoe organiseren we de zorg als straks de
ouderdomsgebreken toeslaan? In een dorp in Duitsland hebben ze voor deze vraag
een simpele oplossing. De vitale ouderen zorgen voor de kwetsbare. Voor de tijd
die ze daaraan besteden, ontvangen ze geen geld maar zorgtegoed. Daarmee kunnen
ze straks hun eigen zorg betalen als het nodig is. In Duitsland hebben ze nog
een andere oplossing bedacht die goed werkt: het Mehrgenerationenhaus (MGH).
In
zo'n meergeneratiehuis ontmoeten - de naam zegt 't al - mensen van alle generaties elkaar.
Het idee erachter: iedereen die aandacht of aanspraak of zorg zoekt of wil geven, kan
altijd terecht in het MGH. Waarom zou je relatief eenvoudige en alledaagse
dingen, zoals kinderopvang of dagbesteding voor ouderen, uitbesteden aan
professionals? Als je elkaar aanspreekt op wat je samen kunt doen, blijkt een
gemeenschap ineens te beschikken over erg veel talent en ervaring. Zo kunnen
ouderen prima op kinderen passen. Kinderen spelen graag samen in een speelgoedhoek.
Opa's repareren huishoudelijke apparaten. Moeders bakken samen met oma's een
appeltaart. En in een winkeltje kun je heel goed (kinder)kleding en cadeautjes
kopen en verkopen. Met de koffiebar is wat geld te verdienen, met de appeltaart
trouwens ook. Mensen eten graag samen en wie kookt, eet voor niets en hoeft
niet af te wassen. Over het principe van het MGH is goed nagedacht. Het is
uitdrukkelijk niet gericht op bepaalde doelgroepen. Het moet elke dag
de hele dag open zijn, en toegankelijk voor iedereen.
De plaatselijke gemeenschap moet het
zelf dragen. Het concept blijkt zo goed te werken in de praktijk, dat de Duitse
regering nu al 400 MGH-zen subsidieert. Per MGH legt de overheid 30.000 euro
in. De plaatselijke gemeenschap moet zelf ook nog 10.000 euro bijdragen,
eventueel in natura - een pand bijvoorbeeld. De rest regelen de mensen zelf,
want elk MGH moet zichzelf bedruipen. Totale budget: 16 miljoen euro voor 400
huizen. Zo stimuleert het MGH bewust het ondernemerschap van de bewoners van
het dorp of de wijk. Dat blijkt heel goed te werken. De bezoekers/klanten van
het MGH bedenken en organiseren zelf allerlei activiteiten. Van zangklasjes tot
breiclubs. Van repair-cafés tot ruilbeurzen. Van kinderopvang tot huiswerkhulp en
computerles. Wat ze maar bedenken en opzetten.
In principe wonen
ouderen niet in het MGH. Actieve participatie aan het plaatselijke MGH stelt
ouderen juist in staat om langer zelfstandig te blijven wonen. Want zo lang
mogelijk thuis blijven wonen is natuurlijk ook de trend in Duitsland. En (bijna)
niemand verhuist graag naar een kamertje in een woonzorgcentrum. Dat doe je
alleen als het zelfstandig niet meer lukt. Maar er zijn ook allerlei woonvormen
tussen op je eentje wonen en een verzorgingshuis. Mij lijkt het interessant om
een pand in te richten met op de begane grond een MGH met een kinderopvang, een
grand café en ruimte voor allerlei activiteiten. En op de eerste etage een
woongroep van ouderen met een wisselruimte voor tijdelijke logés. Of desnoods een
Airbnb.
Ik weet trouwens niet
of mijn vader zo'n MGH had zien zitten, als er een bij hem in de buurt was
geweest. Ik denk van wel, want als oude schoolonderwijzer was hij dol op
kinderen. Hij kon prachtig verhalen vertellen en daar genoot hij zelf ook
zichtbaar van. Ik kan me goed voorstellen dat het zijn dementieproces had
vertraagd. Mijn moeder zou zich waarschijnlijk hebben thuis gevoeld als een vis
in het water. Ik zie haar in no time een volksdansgroepje en een handwerkclub
organiseren. En verder zou ze zich hebben ingespannen voor een zonneterras,
want daar hield ze nog het meeste van. Lekker in het zonnetje zitten.
Commercieel geslaagd, maar de plank gemist
De combinatie van
lekkere koffie, luxe hapjes, een speelhoek en een winkeltje heeft zich
afgelopen jaar gemanifesteerd op twee plekken in mijn directe buurt. Twee
winkelpanden zijn omgebouwd tot koffieshop voor moeders met kinderen. Heel
gezellig, en interessant dat zo'n concept aanslaat. Want het is er lekker druk. Kennelijk voorziet dit in
een behoefte bij jonge moeders om de kids even los te laten en een volwassen
gezicht te zien. Helaas ontbreekt het meer-generatie element. Er komen
nauwelijks ouderen. Er ontstaat ook nauwelijks interactie tussen de bezoekers,
terwijl al deze moeders en een enkele vader toch allemaal uit dezelfde buurt komen
(en tot dezelfde welstandsklasse behoren). Nee: iedereen blijft aan zijn eigen tafeltje
zitten. De tafels zijn ook allemaal klein; er is geen grote leestafel. De
bezoekers praten wel met de barmevrouw, maar niet met elkaar. Jammer.
Het programma Tegenlicht van de VPRO (24.11.2014) maakte een
reportage over het MGH in het Duitse Salzgittter:
http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/295961/Tegenlicht.html
No comments:
Post a Comment