Tuesday, September 13, 2016

Wie is die oude man in de spiegel?


Ik kijk in de spiegel en zie hoe daar een oude man in beeld probeert te komen. Soms kijk ik onverwacht, nog vóór ik mijn gezicht in de plooi heb kunnen trekken, en dan is ie daar al. Ik zie de lijnen langs mijn mond steeds dieper worden. Mijn wenkbrauwen en oogleden zakken. Bij het tandenpoetsen merk ik hoe mijn tanden steeds langer worden doordat het tandvlees terugwijkt. Ik kan het niet meer zo goed zien, zonder leesbril. 
 
Leesbrillen heb ik overal in huis klaarliggen. Wel een stuk of tien, in mijn kleine woning. En ook in mijn jas, mijn tas en mijn toilettas voor onderweg. En dan nog zit ik soms te knijpen met mijn ogen. Want ik ben er eigenlijk ook na tien jaar nog niet aan gewend. Mijn ogen waren altijd haarscherp, als een havik.
Soms bekruipt mij angst. Vooral als ik besef dat dit een onomkeerbaar proces is. Niets iets dat ooit weer terugveert, als een tijdelijke ervaring. Dit is permanent, eenrichtingsverkeer. En het houdt pas op als ik sterf.Ik krijg sinds kort ook een oude huid op nieuwe plekken. De binnenkant van mijn polsen, bijvoorbeeld, of de bovenkant van mijn knieën. Daar schrik ik van.

In mijn ene hand heb ik kalk in mijn peesschedes. Harde knobbels in de handpalm. Laatst zei de dokter dat het ook in mijn andere hand zit, maar ik voelde het zelf nog niet. Gisteren merkte ik daar voor het eerst een klein knobbeltje. Ik merk dat mijn metabolisme vertraagt. Ik begin meer van suiker te houden. Ik kom makkelijker aan en val moeilijker af. 

Ik loop elke dag hard en ik doe push ups en pull ups. Ik doe langer over hetzelfde traject, maar mijn kracht aan de rekstok neemt nog wel toe. Dat schept weer moed. Ook op seksueel gebied verandert er iets. Het gaat heel langzaam, o zo geleidelijk. Minder libido, minder testosteron, niet meer zo gretig. Ik word gevoeliger voor geurtjes. Op aanraden van mijn kinderen ben ik weer deodorant gaan gebruiken. Ik ben dankbaar voor hun feedback, want ik weet hoe oude mannen ruiken. Niet lekker. Niet fris.

Ik troost me met het idee dat vrouwen vergevingsgezinder zijn als het gaat over fysieke aantrekkelijkheid, maar weet niet zo zeker of dat idee wel klopt. Om me heen is duidelijk dat ook andere mensen die oude man uit mijn spiegel zien. Ik word soms beschreven als 'die oudere heer' en bijna altijd aangesproken met meneer en u, ook als ik aangeef dat ik wel getutoyeerd mag worden. Voorheen drong ik dan soms opnieuw aan - zeg maar je, hoor - maar sinds kort laat ik het zo. En als een jonge blom dan eens jij zegt, voel ik me gestreeld. Hoe ouder hoe gekker.


Thursday, September 1, 2016

Een man van 64


Ik ben een blanke man van 64, geboren in Nijmegen zeven jaar na de oorlog. Ik ben de oudste van zeven zonen, maar één broertje overleed al op jonge leeftijd dus we waren met zes jongens. Ik ben opgegroeid in Beverwijk. Op mijn zevende werd mijn vader daar hoofd van een lagere school. Wij woonden in de ambtwoning van het schoolhoofd, grenzend aan het terrein van de bisschoppelijke kweekschool, een opleiding voor onderwijzers. In ons gezin was vaders gezag onaantastbaar. Er lag veel nadruk op schoolresultaten. Goed je best doen was erg belangrijk. Op school en in de kerk.
 
Mijn ouders waren streng katholiek. In onze hele familie werd de kerk erg serieus genomen. Wij geloofden heilig in Onze Lieve Heer en de Maagd Maria, in goed en kwaad en in de macht van de duivel. Vijf van mijn veertien ooms en tantes waren pater of zuster. De sterren waren twee oudere broers van mijn vader, beiden missionaris in Afrika, Witte Paters. Ik werd misdienaar en ben later zelfs twee jaar naar een internaat gegaan, een kleinseminarie van diezelfde Witte Paters. Ik zat daar op het gymnasium toen in 1968 de grote omwenteling plaatsgreep. Mijn wereld stond op z'n kop; ineens werd alles anders. Mijn ouders begrepen er niets van; voor hen was deze ontwikkeling alleen maar negatief. Vanaf dat moment heb ik mijn eigen weg gezocht.
Via een lange omweg vond ik die uiteindelijk in de communicatie. Eerst in de PR en de voorlichting voor enkele grote bedrijven. Later in audiovisuele producties en als zelfstandige tekstschrijver.

Ik ben in 40 jaar tweemaal getrouwd geweest en ik ben de gelukkige vader van een dochter en een zoon. Sinds vier jaar ben ik ook opa van twee bijzonder levendige kleinzonen. Samen met mijn dochter heb ik een tekstbureau dat ook adviezen geeft en schrijftrainingen aanbiedt. Met mijn geliefde Sabine heb ik al negen jaar een lala relatie: living apart, lange afstand. Sabine woont in Beieren en reist veel. Ik heb ook flink gereisd, maar ben nu het liefste thuis in Amsterdam-Zuid.
Van 2001 tot 2007 heb ik een opleiding tot persoonlijke coach gevolgd aan de School voor Zijnsoriëntatie in Utrecht. Maar mijn coaching praktijk kwam niet echt van de grond. Daarom ben ik maar liever tekstschrijver gebleven. Sinds 2004 leid ik interculturele dialogen in Amsterdam, als vrijwilliger. Dialogen brengen mensen met allerlei achtergronden in gesprek met elkaar. De laatste jaren heb ik mij ontwikkeld tot een verbindingsjunkie. Ik geniet ervan om met iemand op dezelfde golflengte te resoneren. Sporten doe ik bijna dagelijks, mediteren ook. Ik lees, denk en praat graag en ik houd meer van films dan van theater of muziek. Ik ben sociaal vaardig, maar ook graag alleen.

De werktitel van mijn boek boek over ouder worden was 'De Medior'. Ik hoorde het woord medior voor 't eerst van een marketing medewerker bij een bank. Zij had het over een vitale senior citizen, tussen 55 en circa 70 jaar. Van leesbril tot rollator zeg maar. Het woord medior is bij mij blijven hangen. Wij medioren zijn een interessante groep. Niet langer jong, niet meer zo hups. Maar nog wel fit en in staat om iets neer te zetten. We hoeven geen carrière meer op te bouwen, die tijd ligt achter ons. Maar misschien kunnen we nog wel iets betekenen, juist omdat we wat ouder zijn en naar de wereld kijken vanuit een eigen perspectief. Bovendien beschikken we over ruime middelen en grote netwerken: familie, vrienden, collega's, zakelijke relaties.

Wij 'medioren' bevinden ons tegen het einde van onze materiële loopbaan, op de top van ons vermogen om te geven en te inspireren. Eigenlijk is dit een prachtpositie. Op onze 'gezegende' leeftijd hebben we heel wat bagage verzameld. Als ik mijn eigen hart kijk, vind ik daar wijsheid en ervaring maar ook twijfel en onzekerheid, aftakeling en verzet maar ook moed en acceptatie. We staan op een punt in ons leven waar we eerlijk kunnen worden over wat we hebben bereikt en wat niet is gelukt. We komen langzaam toe aan het opmaken van de balans. Hier hebben de keuzes in ons leven ons gebracht, hier staan we nu. We kijken terug en we kijken vooruit. Wat wacht ons daar: de ouderdom, de geraniums, de dood? De verstilling, de wijsheid, het hogere? Wat valt er nog te doen? Kan ik nog iets betekenen?

Het woord medior doet denken aan mediocre, middelmatig. Dat vind ik wel aardig. In deze narcistische tijd is middelmatigheid een schrikbeeld. Iedereen wil bijzonder zijn, beroemd worden, opvallen. Dat is mij niet vreemd, maar middelmatigheid is een goed medicijn. Door mijn middelmaat te erkennen, land ik tussen de mensen. Mensen zoals wij allemaal. Natuurlijk, iedereen is uniek. Iedereen heeft bijzondere kwaliteiten. De een is mooi, de ander slim of lief of grappig. Dat is fijn, maar het maakt je niet tot iets bijzonders. Het maakt je tot één van zeven miljard aardbewoners. Of zoals Pema Chödrön zegt: 'Just like me' als therapie om oordelen te erkennen. Wat een lelijk wijf zeg, just like me. Wat een grote bek heeft die kerel. Just like me. Maar ook: hij is behoeftig, zij lijdt pijn, hij praat grappig, die ziet er goed uit. Just like me and seven billion others...

Hoe worden wij (w)aardig oud? Hoe kun je oud worden en oud zijn met enige gratie? Het antwoord daarop weet niemand, en dat is niet verwonderlijk. Ik ben geboren in 1952. Mijn ouders behoorden tot de generatie die de tweede wereldoorlog nog bewust had meegemaakt. De eerste generatie in de geschiedenis die massaal 80-plus is geworden. Mijn grootouders stierven tussen hun 65ste en 75ste jaar. Tachtig heette toen 'de leeftijd van de sterken'. Dankzij allerlei medische ingrepen leefden mijn ouders bijna 20 jaar langer. Tachtig is nu heel gewoon, maar zij waren de eersten. Daarom moesten ze het doen zonder voorbeeld. 

Wij hebben de vorige generatie als voorbeeld, en daar word ik niet blij van. Ik zie veel ouderen sukkelen met kwalen en gebreken. Fysieke en mentale aftakeling. Veel bejaarden kwijnen weg in complete afhankelijkheid. Oude mensen klagen veel, of ze lijden in stilte - de uitzonderingen daargelaten. Zo wil ik niet oud zijn. Liever spiegel ik mezelf de illusie voor, dat ik gezond oud ga worden. Ik maak mezelf ook wijs, dat ik dat zelf in de hand heb. Ik eet gezond, ik beweeg, ik rook en drink niet, ik blijf aan het werk. Als ik niet oppas, geloof ik dat ik daarmee de dementie en de immobiliteit kan afweren. Maar natuurlijk weet ik beter: gezonde, vitale ouderen zijn de uitzondering, niet de regel. Hoe gaan we daarmee om? Hoe kunnen we straks met rechte rug en opgeheven hoofd de catastrofe tegemoet treden? Dat is de grote vraag waarover we het moeten hebben met elkaar. Want erover praten helpt, is mijn ervaring.

De toon waarop ik schrijf is niet altijd zo aardig als ik zou willen. Soms klink ik kwaad. Dat betekent niet dat ik voortdurend het ene oordeel aan het andere rijg. Ik ben ook niet negatief over wat ik om me heen zie gebeuren. Ik heb daar wel vaak een uitgesproken mening over, en ik ben niet overal blij mee. Toch is de grondtoon in mijn leven opgewekt en optimistisch. Ik geef om mensen en om liefde, schoonheid, ruimhartigheid en grootmoedigheid. Maar ik zie ook kleinzieligheid, zuinigheid, egoïsme, lafheid, domheid en gebrek aan humor. Daar heb ik begrip voor, omdat ik snap dat mensen soms niet méér in huis hebben. Maar ik word er ook kriegel en kwaad van, omdat kleinheid en domheid zoveel schade aanrichten. Dan wordt mijn toon scherp en mijn stem luid. Omdat het zo veel mooier, breder, ruimer en grootmoediger kan. Maar kijk ik dieper naar de pijn, dan komt er verdriet en machteloosheid boven. En uiteindelijk compassie, medeleven. Dan wordt het stil.

Eind 2015 is de reclame van een Duitse supermarkt viral gegaan. Lief opaatje dreigt alleen te blijven met kerst. Al zijn kinderen hebben het te druk met hun eigen levens om kerst met hem te vieren. Dan krijgen ze plotseling bericht: vader is overleden. Rouwend komen ze samen in het ouderlijk huis. En wat treffen ze daar aan: een springlevende opa en een feestelijk gedekte tafel! De boodschap: kennelijk moet je als oudere sterven om gezien te worden. Dat verhaal spreekt kennelijk veel mensen aan. Oudere kijkers zijn verongelijkt vanwege de egoïstische kinderen. Hun kinderen voelen zich schuldig omdat ze niet genoeg geven om hun ouders, die toch alles hebben gegeven voor hen.
Ik word er kwaad van. Ik heb twee volwassen kinderen en twee wolkjes van kleinkinderen. We hebben een liefdevolle en betekenisvolle relatie. Ik geniet van hen en zij hebben lol met mij en mijn fratsen. In mijn beleving is hier sprake van een gelijkwaardige uitwisseling. Ik zie ook een ontwikkeling waarin de rollen langzaam worden omgedraaid. Ooit waren zij van mij afhankelijk. Straks zijn zij de ruggengraat van de samenleving en sta ik misschien meer aan de zijlijn. Het kan zijn, dat zij mij dan meer inspireren dan ik hen. Dat betekent niet dat zij de plicht hebben om voor mij te zorgen. Dat zou ik vreselijk vinden. Wat dat betreft sta ik in een goede traditie: mijn vader weigerde vriendelijk maar beslist de uitnodiging van een van zijn zoons om bij hem in te trekken. Dat vond hij niet passend: mijn broer had zijn eigen gezin. Ik snapte dat wel. Mijn kinderen hebben ook hun eigen leven; bejaarde vaders verzorgen is niet hun ambitie. Ik heb liever dat ze voor zichzelf en voor hun kinderen zorgen.

Hoe kan 't anders? In het voorbeeld van opa en de kerst: je kunt ook iets verzinnen dat voor je kinderen interessant is. Verkleed je als Kerstman en ga langs met een zak vol cadeautjes. Of maak een mooi feest met je eigen vrienden. Ga iets bijdragen in het buurthuis. Laat je verwennen door het Leger des Heils of de Rotary. Of geniet van de stilte en ga mediteren tijdens de kerst. Dat zou mijn meer passen dan de hele familie de stuipen en het schuldgevoel op het lijf jagen door mijn dood te faken. De energie en de creativiteit die dat vergt, zou ik liever aan iets beters besteden.
Waar ik van schrik, is de sentimentele manier waarop de adverteerder en het reclamebureau inspelen op de schuldgevoelens, verwijten en conflicten tussen de generaties. Dat zo'n verhaal werkt, illustreert hoeveel verwarring er heerst in de verhouding tussen de generaties. Het zijn dezelfde sentimenten als worden ingezet door de ouderenpartijen en bejaardenbonden. De oudere generatie heeft hard gewerkt voor onze welvaart krijgt nu ondankbaarheid als beloning. 

Ik ben het daar niet mee eens. Met zo'n verongelijkte houding wil ik niet in naar de jongere generatie kijken. Zo wil ik niet in het leven staat. Ook niet nu ik oud ben. Want oud is niet zielig. Oud is de moeite waard. Oud is mooi.

Tuesday, August 23, 2016

Will you still need me when I'm 64?

Van al mijn verjaardagen heeft mijn 60ste de meeste indruk op mij gemaakt. Ik stel mezelf vragen en ga op zoek naar antwoorden. Een diepere betekenis van A Good Place to Die... hoe kunnen we waardig oud worden?

Zeker, andere verjaardagen waren ook bijzonder. De verjaardagen in mijn kindertijd natuurlijk. Ook mijn 21ste en mijn 30ste. Mijn 40ste verjaardag luidde een stevige midlife crisis in, ongemakkelijk maar erg productief (zo'n crisis gun ik iedereen ;-). Op mijn 50ste werd ik 's morgens wakker met het verontrustende besef: jeeeh, dát is snel gegaan, gisteren was ik nog 18. Maar die verontrusting ebde snel weer weg. Mijn 60ste verjaardag was anders. Ineens wist ik: nu ben ik een oude man. Niet stokoud. Niet seniel. Maar mijn leeftijd is ook niet meer middelbaar. Ik ben oud, mijn haar is grijs, ik beweeg niet meer zo soepel en als ik iets vergeet denk ik dat het aan mijn leeftijd ligt. Mijn huid begint te rimpelen, ook op onverwachte plekken. Er groeit haar uit mijn oren en mijn neus. Mijn tandvlees trekt terug en ik heb een leesbril nodig.

Inmiddels ben ik 4 jaar verder en nog steeds ben ik bezig met mijn leeftijd en met ouder worden. Ik praat erover met andere ouderen. Met vrienden, met mijn kinderen. Ik organiseer zelfs dialoog-gesprekken over ouder worden en ik heb plannen voor workshops met ouderen. De belangrijkste vraag die ik stel aan mezelf en aan anderen: hoe kunnen we waardig oud worden?

Ik zoek naar antwoorden op deze vraag en op vragen die daarvan zijn afgeleid. Kunnen wij het beter doen dan de vorige generatie? Onze ouders waren de eersten die massaal zo oud werden. In zekere zin zijn zij overvallen door de mogelijkheden die de medische wetenschap ons biedt. Kunnen wij onszelf beter voorbereiden dan zij? Hoe pakken we dat aan? Welke keuzes hebben we, en kunnen we extra ruimte scheppen - voor onszelf en voor de samenleving?

Het thema heeft mij de afgelopen jaren niet losgelaten. Het heeft me ook veel opgeleverd. Interessante gesprekken met andere ouderen. Frisse gezichtspunten in boeken, artikelen en websites. Het is geen onderwerp dat op ieders lip ligt, maar als je het aansnijdt blijkt dat veel mensen ermee bezig zijn. Meestal hebben ze wel vragen, maar geen antwoorden. En als iemand een antwoord heeft, is dat vaak heel persoonlijk. Dat geldt ook voor mij. Ik vind de vragen over ouder worden net zo interessant als de antwoorden. Erover praten brengt meer helderheid en een zekere rust. Soms, niet zo vaak, resoneert een idee of een gedachte. En ik heb in mijn zoektocht - in gesprekken en tijdens het schrijven van dit boek - enkele waardevolle ontdekkingen gedaan.

In gesprek zijn over ouder worden, met mezelf en met anderen, heeft me erg goed gedaan. Vooral de ontdekking dat dit een onderwerp is dat ons allemaal aangaat. Ik sta niet alleen in mijn verbijstering over dit merkwaardige fenomeen. Daarom ga ik mijn zoektocht naar antwoorden delen met anderen. Wie zich aanmeldt voor dit blog, krijgt regelmatig een brockje gedachtevoer aangeboden. 

Welkom aan boord!


Wednesday, January 27, 2016

Ouder worden en wonen


Ouderen moeten langer zelfstandig blijven wonen. Dat hebben we zo afgesproken met elkaar. Hoe pakken we dat aan? Is het antwoord: allemaal blijven zitten waar je zit en de mevrouw van de thuiszorg komt eens per week stofzuigen? Of kunnen we nog iets anders bedenken?

In 2014 bedacht de overheid dat ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Veel bejaardenhuizen sloten toen de poorten. Duizenden oude mensen moesten ineens gaan verkassen, ook al woonden ze al 20 jaar op dezelfde plek. Oude vriendinnen werden elk naar een ander stadsdeel afgevoerd. 

Deuren dicht
De eisen voor toelating tot een 'woonzorgcentrum' werden drastisch opgevoerd. Ook als je behoorlijk dementeert en jezelf niet meer kunt aankleden, kom je er nu niet meer in. Tegelijkertijd werd gekort op de budgetten voor de dagopvang van bejaarde burgers. Mensen die thuis woorden maar overdag werden opgevangen, stonden ineens helemaal alleen. Moederziel achter de geraniums. Of dood, want in de tweede helft van 2014 stierven ze bij bosjes.

Mijn vader heeft dat niet meer meegemaakt. Hij was in april 2014 overleden op 93-jarige leeftijd. Hij zou daar ook niks van hebben gemerkt, want hij was flink dement. En hij had mazzel: zijn pensioen was net ruim genoeg voor een relatief luxe opvang. In zorgboerderij 'Boven Paede' is hij met zorg, deskundigheid en heel veel liefde omringd, tot voor hem de laatste gong sloeg. Deze zorgboerderij draait op een kern van doorgewinterde professionals en een grote groep vrijwilligers uit het dorp. Toen pa daar nog woonde, waren wij ons er allemaal van bewust hoe goed hij het had getroffen. De sfeer is er huiselijk, de verzorgers hartelijk. Iedereen heeft er alle tijd en er is veel ruimte voor persoonlijke accenten. Bovendien knapte pa daar op, omdat er veel aandacht was voor activering. En activering is cruciaal voor mensen met dementie. Dus spelen de bewoners spelletjes, maken wandelingen in de tuin en de omgeving, werken in de kas, praten met de dieren en maken ritjes op de duofiets. De feestdagen worden uitbundig gevierd, waarbij de familie nadrukkelijk is betrokken. Zo harmonisch wil iedereen wel uit-faseren.

Helaas is zo'n opvang maar voor weinigen weggelegd. Ik zou het zelf ook niet kunnen betalen van mijn AOW plus een aanvullend pensioentje. De meesten van ons komen ergens anders terecht. Maar waar?

Een van de grootste problemen onder ouderen is eenzaamheid. Nu is daar van alles aan te doen. Dat heeft onder andere het programma 'Nooit Meer Alleen' laten zien. Je kunt er op uit, aansluiting zoeken bij buurtgenoten, gezamenlijk activiteiten ontwikkelen. Ook de manier waarop we wonen is een ingang om iets te doen aan eenzaamheid. Als hun partner wegvalt, blijven veel ouderen alleen achter in een (te) grote woning. Is dat een huurhuis, dan wordt verhuizen naar een kleinere woning kostbaar. Je bent dan als huurder je voordelige huur kwijt. Dat brengen veel mensen niet op. Woningbouwverenigingen studeren nu op manieren om huurders hun voordeel te laten meenemen als ze een grotere woning verruilen voor een kleinere. Dat zou mooi zijn, vooral als die woning goed bereikbaar is als je straks wat strammer wordt of een rollator nodig hebt. Het is ook een goed idee, omdat wij zo plaatsmaken voor huishoudens die wel wat meer ruimte kunnen gebruiken.

Samenwonen met z'n allen
Maar dan zit je daar nog steeds alleen, in je kleinere woning op de begane grond of met een lift. Veel van mijn leeftijdgenoten studeren al jarenlang op oplossingen voor collectief wonen. Ze zouden het liefst met een groepje mensen een groot pand kopen of huren. Een vriend van me heeft het over een 'zorgkasteeltje'. Daarin krijgt iedere bewoner of stel dan een eigen unit, maar we delen een woonkamer, de tuin, de krant en/of enkele andere voorzieningen zoals een wasmachine en een droger. En we kopen gezamenlijk zorg in als die nodig is. 

De modellen voor woongemeenschappen zijn voorhanden; er is behoorlijk wat ervaring mee opgedaan sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Het blijkt alleen erg lastig om geschikte panden te vinden. En er dreigt heel veel vergaderd te moeten worden over de vraag: wat doen we samen en wat regelt iedereen afzonderlijk? Er bestaan wel Centraal Wonen groepen, maar die zijn niet speciaal gericht op ouderen. Ik kan me voorstellen, dat een woongroep gebaat is bij een gezamenlijke doelstelling. Liefst iets dat de eigen behoefte overstijgt, maar wel aansluit bij de samenstelling van de groep. Samen een meditatiecentrum runnen bijvoorbeeld, of een vrijwilligerscentrale. Of een grand café met klassieke muziek. Een openbare leeszaal met een koffiehoek. Of een combinatie van al die dingen: een meergeneratiehuis.

"En als ik straks zorg nodig heb?"
Bij ouderen speelt nog een belangrijke vraag: hoe organiseren we de zorg als straks de ouderdomsgebreken toeslaan? In een dorp in Duitsland hebben ze voor deze vraag een simpele oplossing. De vitale ouderen zorgen voor de kwetsbare. Voor de tijd die ze daaraan besteden, ontvangen ze geen geld maar zorgtegoed. Daarmee kunnen ze straks hun eigen zorg betalen als het nodig is. In Duitsland hebben ze nog een andere oplossing bedacht die goed werkt: het Mehrgenerationenhaus (MGH)

In zo'n meergeneratiehuis ontmoeten - de naam zegt 't al - mensen van alle generaties elkaar. Het idee erachter: iedereen die aandacht of aanspraak of zorg zoekt of wil geven, kan altijd terecht in het MGH. Waarom zou je relatief eenvoudige en alledaagse dingen, zoals kinderopvang of dagbesteding voor ouderen, uitbesteden aan professionals? Als je elkaar aanspreekt op wat je samen kunt doen, blijkt een gemeenschap ineens te beschikken over erg veel talent en ervaring. Zo kunnen ouderen prima op kinderen passen. Kinderen spelen graag samen in een speelgoedhoek. Opa's repareren huishoudelijke apparaten. Moeders bakken samen met oma's een appeltaart. En in een winkeltje kun je heel goed (kinder)kleding en cadeautjes kopen en verkopen. Met de koffiebar is wat geld te verdienen, met de appeltaart trouwens ook. Mensen eten graag samen en wie kookt, eet voor niets en hoeft niet af te wassen. Over het principe van het MGH is goed nagedacht. Het is uitdrukkelijk niet gericht op bepaalde doelgroepen. Het moet elke dag de hele dag open zijn, en toegankelijk voor iedereen. 

De plaatselijke gemeenschap moet het zelf dragen. Het concept blijkt zo goed te werken in de praktijk, dat de Duitse regering nu al 400 MGH-zen subsidieert. Per MGH legt de overheid 30.000 euro in. De plaatselijke gemeenschap moet zelf ook nog 10.000 euro bijdragen, eventueel in natura - een pand bijvoorbeeld. De rest regelen de mensen zelf, want elk MGH moet zichzelf bedruipen. Totale budget: 16 miljoen euro voor 400 huizen. Zo stimuleert het MGH bewust het ondernemerschap van de bewoners van het dorp of de wijk. Dat blijkt heel goed te werken. De bezoekers/klanten van het MGH bedenken en organiseren zelf allerlei activiteiten. Van zangklasjes tot breiclubs. Van repair-cafés tot ruilbeurzen. Van kinderopvang tot huiswerkhulp en computerles. Wat ze maar bedenken en opzetten.

In principe wonen ouderen niet in het MGH. Actieve participatie aan het plaatselijke MGH stelt ouderen juist in staat om langer zelfstandig te blijven wonen. Want zo lang mogelijk thuis blijven wonen is natuurlijk ook de trend in Duitsland. En (bijna) niemand verhuist graag naar een kamertje in een woonzorgcentrum. Dat doe je alleen als het zelfstandig niet meer lukt. Maar er zijn ook allerlei woonvormen tussen op je eentje wonen en een verzorgingshuis. Mij lijkt het interessant om een pand in te richten met op de begane grond een MGH met een kinderopvang, een grand café en ruimte voor allerlei activiteiten. En op de eerste etage een woongroep van ouderen met een wisselruimte voor tijdelijke logés. Of desnoods een Airbnb.

Ik weet trouwens niet of mijn vader zo'n MGH had zien zitten, als er een bij hem in de buurt was geweest. Ik denk van wel, want als oude schoolonderwijzer was hij dol op kinderen. Hij kon prachtig verhalen vertellen en daar genoot hij zelf ook zichtbaar van. Ik kan me goed voorstellen dat het zijn dementieproces had vertraagd. Mijn moeder zou zich waarschijnlijk hebben thuis gevoeld als een vis in het water. Ik zie haar in no time een volksdansgroepje en een handwerkclub organiseren. En verder zou ze zich hebben ingespannen voor een zonneterras, want daar hield ze nog het meeste van. Lekker in het zonnetje zitten.

Commercieel geslaagd, maar de plank gemist
De combinatie van lekkere koffie, luxe hapjes, een speelhoek en een winkeltje heeft zich afgelopen jaar gemanifesteerd op twee plekken in mijn directe buurt. Twee winkelpanden zijn omgebouwd tot koffieshop voor moeders met kinderen. Heel gezellig, en interessant dat zo'n concept aanslaat. Want het is er lekker druk. Kennelijk voorziet dit in een behoefte bij jonge moeders om de kids even los te laten en een volwassen gezicht te zien. Helaas ontbreekt het meer-generatie element. Er komen nauwelijks ouderen. Er ontstaat ook nauwelijks interactie tussen de bezoekers, terwijl al deze moeders en een enkele vader toch allemaal uit dezelfde buurt komen (en tot dezelfde welstandsklasse behoren). Nee: iedereen blijft aan zijn eigen tafeltje zitten. De tafels zijn ook allemaal klein; er is geen grote leestafel. De bezoekers praten wel met de barmevrouw, maar niet met elkaar. Jammer.


Het programma Tegenlicht van de VPRO (24.11.2014) maakte een reportage over het MGH in het Duitse Salzgittter:
http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/295961/Tegenlicht.html